‘Ingelepeld’ door Tim Spector: voedselmythes ontrafeld

Zou u automatisch gezonder gaan eten als u van elke maaltijd die u eet het caloriegehalte kende? Tim Spector betwijfelt het. Naar zijn mening “is de calorietelling een ramp voor de gemiddelde consument”. En zo zijn er nog tal van mythes waar Spector de strijd tegen aanbindt. Tim Spector is hoogleraar genetische epidemiologie aan het King’s College in Londen. Ingelepeld is zijn derde boek. Daarin stelt hij de huidige voedingsrichtlijnen, de wetenschap en het advies ter discussie. In feite levert hij ook kritiek op zijn eigen eerdere bevindingen als wetenschapper en auteur van talrijke werken en artikelen.

Spector’s probleem met calorieën is dat ze gewoon niet kloppen. Studies tonen aan dat “de werkelijke calorie-inhoud van een maaltijd 200 procent kan afwijken van het getal op het menu” en dat de afwijking bijna altijd een onderschatting is. Zelfs als de getallen op het menu nauwkeurig zouden zijn, weerspiegelen ze nog steeds niet de manieren waarop mensen voedingsstoffen uit voedsel halen.

Persoonlijk kenmerken, onbewerkt en bewerkt

Spector, een professor in genetische epidemiologie, heeft onderzoek gedaan met tweelingen, waaruit blijkt dat mensen enorm verschillen in de hoeveel energie die zij uit bepaald voedsel halen. Als een tweeling een maaltijd krijgt met zetmeelrijke koolhydraten zoals pasta, kan het zijn dat de een de maaltijd veel sneller verteert dan de ander. Een ander probleem met calorieën tellen is dat we voedsel heel verschillend verteren, afhankelijk van hoe het is verwerkt en gekookt. Maïs van de kolf is veel vezelrijker dan dezelfde maïs in de vorm van cornflakes, maar “de simplistische theorie van de calorie-inname behandelt de energie die van beide wordt verkregen als dezelfde”.

Vele voedselmythes

Calorieën tellen is slechts een van de vele voedingsmythes die Spector in Ingelepeld probeert te ontkrachten: ze kunnen consumenten een “vals gevoel van veiligheid en precisie” over voedsel geven. Iets belangrijks dat hij niet bespreekt is dat voor een deel van de eters calorieën op een menu eerder een bron van paniek zijn dan van zekerheid. Voor mensen met een eetstoornis kan het aantal calorieën in restaurants gevoelens van onrust opwekken. Maar Spector’s punt blijft: de menselijke relatie met voedsel is een “complex en ingewikkeld” gegeven. Dat kan niet worden teruggebracht tot de inname en afgifte van calorieën.

Ingelepeld is geschreven voor de pandemie, maar het gaat over onderwerpen die nu nog even relevant zijn als toen. denk ondertussen maar aan de berichten over een laag vitamine D-niveau en een verhoogd risico op overlijden aan Covid-19. Maar Spector’s hoofdstuk over vitamines stelt duidelijk dat vitamine D pillen geen wondermiddelen zijn, ondanks de manier waarop ze momenteel op de markt worden gebracht. “Overmatig gebruik van vitamine D-supplementen is in verschillende onderzoeken in verband gebracht met een zwakkere botdichtheid, evenals een toename van vallen en fracturen,” schrijft Spector.

Mythes over vis, suikervrije producten, koffie, zout, viaminepillen, yoghurt…

Het belangrijkste argument van het boek is dat we, om de beste manier van eten te vinden, veel van wat ons wordt verteld moeten negeren. Enkele mythes zijn onder andere het idee dat vis altijd een gezonde optie is en het dogma dat “suikervrije voedingsmiddelen en dranken een veilige manier zijn om gewicht te verliezen”. ‘Ingelepeld’ is een waardige opvolger van Spector’s eerdere bestseller, The Diet Myth, dat zich richtte op de krachtige rol die de microben in onze darmen spelen bij het bepalen van onze gezondheid. Dit nieuwe boek is breder, maar hij slaagt erin om een enorme hoeveelheid onderzoek te distilleren in een heldere en praktische samenvatting. Die stelt je in staat om kennis te verzamelen die je daadwerkelijk zal helpen bij je volgende voedingsboodschappen. Hij betoogt overtuigend dat koffie en zout voor de meeste mensen gezonder zijn dan de algemene opinie beweert, terwijl vitaminepillen en de overgrote meerderheid van commerciële yoghurt dat minder zijn. Hij is voorstander van groenten – een zo gevarieerd mogelijk aanbod – maar vindt veganistische saucijzenbroodjes niet gezonder dan de vleesvariant.

Het grootste obstakel bij het verkrijgen van juiste informatie over voedsel is de voedingsindustrie geweest

Tim Spector

Vetten, eiwitten en koolhydraten: onzinnige indeling

Veel van wat we denken te “weten” over voedsel is vaak “gevaarlijk onnauwkeurig”, schrijft Spector. Een van de redenen is dat het, gezien de enorme complexiteit van voedsel, moeilijk is om er wetenschappelijk onderzoek van hoge kwaliteit naar te doen, wat leidt tot oversimplificatie. Voedingswetenschappers delen alle voedingsmiddelen in drie eenvoudige categorieën in: vetten, eiwitten en koolhydraten. Maar dit is “wetenschappelijke onzin”, merkt Spector op. Alle voedingsmiddelen zijn eigenlijk een combinatie van eiwitten, koolhydraten en vetten. Bovendien is een vet niet slechts één ding, maar “een vage overkoepelende term voor alles wat bestaat uit bouwstenen van drie vetzuren die met elkaar verbonden zijn”. Een van de mythen die hij aanwijst is het idee – dat tot voor kort een medisch dogma was – dat verzadigd vet een belangrijke oorzaak is van hartziekten. Spector merkt op dat geen enkele studie heeft aangetoond dat het overschakelen van een normaal vet dieet naar een vetarm dieet hartziekten vermindert. Een ander probleem met de verzadigd-vet-mythe is dat ze de consument ertoe aanzette over te schakelen van boter naar “goedkope, sterk bewerkte producten met veel additieven en nieuwe industriële vetten waar we weinig van afweten”.

Margarine vs boter

Waarom geloven zo veel mensen nog steeds vurig dat margarine gezonder is dan boter? De grote begunstigde van dit geloof is niet de consument maar de margarine-industrie geweest. Spector toont met grote helderheid aan dat “het grootste obstakel van allemaal” als het gaat om het verkrijgen van juiste informatie over voedsel de voedingsindustrie is geweest. Net als de farmaceutische industrie hebben de grote multinationale voedingsbedrijven voedingsdeskundigen beïnvloed met geschenken en sponsoring. Spector onthult dat de industrie ook enorme hoeveelheden voedingsonderzoek heeft gefinancierd en daarmee invloed heeft uitgeoefend op de informatie die we krijgen over van alles en nog wat, van de veiligheid van kunstmatige zoetstoffen tot de vraag of we straffeloos grote hoeveelheden rood vlees kunnen eten.

Voedingsindustrie spint garen bij alle hypes

Veel van onze meest rotsvaste overtuigingen over voeding komen de industrie prima uit. In de tijd dat we ons zorgen maakten over vet, verkochten ze ons een reeks zeer winstgevende vetarme producten. Toen we ons zorgen begonnen te maken over suiker, verkochten ze ons suikerarme snacks voor onze kinderen. Voedselfabrikanten, merkt Spector op, “houden van de huidige richtlijnen die gebaseerd zijn op algemene voedingsproporties, omdat ze hen een grote flexibiliteit geven en afleiden van de gestage opkomst van ultra-verwerkte voedingsmiddelen”. De nieuwe beleidsnota van de regering over zwaarlijvigheid spreekt over het beperken van de verkoop van voedingsmiddelen met een hoog vet-, zout- en suikergehalte; maar dit laat de mogelijkheid open dat ultraverwerkte voedingsmiddelen, doorspekt met kunstmatige zoetstoffen, zichzelf nog steeds als gezond op de markt kunnen brengen.

Tijdbeperkt eten?

Gezien de eindeloze rookgordijnen die door de voedingsindustrie worden opgetrokken, kan het moeilijk zijn om te weten wat je moet eten. Spector geeft een paar vuistregels, met dien verstande dat onze reacties op voedsel heel persoonlijk zijn. Hij raadt aan alles te vermijden dat als “dieetvoeding” wordt bestempeld en vooral alles wat kunstmatige zoetstoffen bevat die, zo suggereert hij, ons lichaam kunnen verleiden tot gewichtstoename. Hij vraagt zich af of het ontbijt wel de belangrijkste maaltijd van de dag is, een standpunt dat de ontbijtgranenindustrie met veel kracht verdedigt. Hoewel hij zelf wel ontbijt, merkt hij op dat er steeds meer bewijs komt voor de voordelen van tijdbeperkt eten, waarbij mensen het ontbijt overslaan en hun maaltijden beperken tot zes of acht uur op een dag.

Vlees kan… flexitarisme wordt aanbevolen

Af en toe dwingt de mythe-busting opzet van het boek Spector om minder genuanceerd te klinken over het onderwerp van voedsel dan hij eigenlijk is. Een van de hoofdstukken is getiteld “Lekker spek”. daarachter schuilt de mythe dat alle vlees slecht voor ons is. Toch is hij het er mee eens dat de sterfte enigszins toeneemt bij mensen die bewerkt vlees eten, hoewel hij geen melding maakt van de nitrieten die als het problematische aspect van spek worden beschouwd. Het grootste deel van het hoofdstuk gaat over het feit dat we, om milieuredenen, allemaal “flexitariërs” zouden moeten worden, die weinig of geen met graan gevoed rundvlees eten omdat “vlees niet essentieel is”.

Suggesties: subsidies voor groenten, reclamebeperkingen en goed onderwijs

Toch, over het geheel genomen, is dit een van de duidelijkste en meest toegankelijke korte voedingsboeken die ik heb gelezen: verfrissend open-minded, diep informatief en vrij van dieetregels. Spector’s aanbevelingen omvatten subsidies voor groenten en beperkingen voor de voedingsindustrie. Hij zou zijn goedkeuring hechten aan de nieuwe beperkingen op junk food marketing op tv voor 21u.

Maar de grootste hoop voor betere diëten, suggereert hij, is in het onderwijs. “We moeten onze kinderen leren over echte en nep-voedsel met dezelfde ijver dat we ze leren hoe ze horen te lezen en te schrijven. ” Als Spector gelijk heeft, dan is weten hoe je echt voedzaam voedsel herkent als je het ziet een veel nuttigere levensvaardigheid dan gedachteloos calorieën tellen. Spector besluit met een oproep aan regeringen over de hele wereld om anders over voedsel te denken, om het zinloze tellen van calorieën op menu’s achterwege te laten ten gunste van beleid dat het mensen daadwerkelijk kan aanzetten om makkelijker gezond te eten.

Geef als eerste een reactie

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.


*