Het EAT-lancet-rapport: van bij aanvang een doodgeboren kind?

Kunnen we niet alleen een manier vinden om zowel onze gezondheid te verbeteren als onze planeet leefbaarder te maken? Dat is de vraag die de EAT-Lancet Commission on Healthy Diets from Sustainable Food Systems zich stelde, waarna ze vervolgens bij de Verenigde Naties haar wereldwijde aanbevelingen voor een gezond voedingsdieet voor de hele planeet neerlegde.

Het doel van de 19 commissarissen, afkomstig uit een reeks milieu-, landbouw- en volksgezondheidsdisciplines, was om een wetenschappelijke consensus te bereiken over de manier waarop een gezonde voeding kan worden verstrekt aan een groeiende wereldbevolking, met behoud van het milieu.

Het belang, de complexiteit en de omvang van deze taak kan niet worden overschat. Meer dan 800 miljoen mensen op aarde hebben niet genoeg te eten. Ondertussen zijn de diëten van veel van de andere 7 miljard burgers de drijvende kracht achter een pandemie van “westerse” ziekten. Door voeding gedreven chronische ziekten stijgen al tientallen jaren in een alarmerend tempo.

Voeding

Vandaag heeft 60 procent van de Amerikanen een chronische ziekte; 40 procent heeft er twee of meer. Meer dan de helft van de Amerikanen neemt een voorgeschreven medicijn; de gemiddelde persoon neemt er vier. Amerika is het ziekste land in de ontwikkelde wereld. Veel landen volgen dezelfde trend Waarom? Vanwege het voedsel dat we eten.

Ons dieet is ook de grootste bijdrage aan de wereldwijde achteruitgang van het milieu. De productie, verwerking, transport, opslag en afval van ons voedsel is goed voor een kwart van de menselijke bijdrage aan de klimaatverandering. Ze veroorzaken ook verlies aan biodiversiteit en bodemverlies en verhogen de lucht- en watervervuiling.

Heeft de EAT-Lancet-commissie haar doel bereikt, namelijk het ontwikkelen van een dieet dat de chronische ziektes en tegelijkertijd de milieuschade kan verminderen en ons toch ook nog in staat stelt om tegen 2050 twee miljard meer mensen te voeden? 

Helaas is het korte antwoord nee. Het voorstel tot een globaal planetair voedingsvoorstel van de Commissie schiet om drie redenen tekort. Ten eerste is het rapport gebaseerd op verouderde, zwakke voedingswetenschap. Ten tweede is de commissie er niet in geslaagd om een internationale wetenschappelijke consensus te bereiken over haar dieetdoelstellingen, ondanks haar beweringen dat ze dat wél heeft gedaan. Ten derde, werd  het EAT-lancetonderzoek geleid door bevooroordeelde, of op zijn minst niet-representatieve leiders.

Voedingswetenschap in beroering

In 1980 heeft de Amerikaanse overheid een radicale verandering in het dieet van de Amerikanen teweeggebracht door een theorie over dieetvet en hartziekten om te zetten in een vetarm/koolhydraatrijk voedingsbeleid voor iedereen. Bescheiden veranderingen in Amerika’s dieet werden al gedreven door de toegenomen consumptie van goedkope, zetmeelrijke “basisproducten” (maïs, tarwe, rijst), producten van de agrarische industrialisatie. De invoering van het vetarme/koolhydraatrijke model als nationaal voedingsbeleid heeft deze trend drastisch versneld. Amerikanen verminderden plichtsgetrouw hun consumptie van natuurlijke vetten aanwezig in rood vlees, boter, volle melk, eieren en andere hele voedingsmiddelen en vervingen die door magerder vlees, geraffineerde oliën en nog meer koolhydraten.

Andere landen volgden dit voorbeeld en importeerden het dieetbeleid van de VS en die zogenaamde “gezondere” voeding met een laag vetgehalte, weinig voedingsstoffen, veel suiker en veel koolhydraten. De kwaliteit van het bewijs ter ondersteuning van een dergelijke radicale verandering in het dieet van Amerika werd op dat moment in twijfel getrokken, onder meer door het hoofd van de National Academies of Science, dat aandrong op voorzichtigheid gezien de mogelijke tragische onbedoelde gevolgen. Maar beleidsmakers stonden te popelen om “iets te doen” aan de opkomst van hart- en vaatziekten en zagen geen potentiële negatieve gevolgen. Het aantal zwaarlijvigen en  de diabetici verminderden niet; integendeel het aantal nam sterk toe!

Obesitasgrafiek in de tijd

Deze mensen worden vandaag met de vinger gewezen. Men neemt aan dat deze mensen gewoon niet de goede raad hebben opgevolgd die ze kregen. In feite hebben de Amerikanen een slecht beleid geïntroduceerd, gebaseerd op slechte wetenschap. Recente onderzoeken hebben aan het licht gebracht dat studies over voeding ofwel genegeerd werden,  ofwel slecht ontworpen of slecht uitgevoerd werden ofwel zeer vooringenomen waren én zelfs gemanipuleerd werden om het gewenste resultaat te bereiken. (Een meerlandenonderzoek dat de meeste voedingswetenschappers  decennialang als basis gebruikten, wees op het gezondheidsvoordeel van het dieet van de Kretenzers – maar de voedselgegevens werden verzameld tijdens de vastenperiode van de Orthodoxe Vastentijd). Het resultaat is de evidence-free beleidsvorming die al bijna een halve eeuw het kenmerk is van het Amerikaanse voedingsbeleid.

Evidence-based revisie noodzakelijk!

Een groeiend koor van vooraanstaande wetenschappers en artsen eisen een evidence-basede revisie van het Amerikaanse voedingsbeleid. Vooruitgang in epigenetica, microbieel onderzoek, neurowetenschappen, endocrinologie, psychiatrie en andere gebieden hebben nieuw licht geworpen op de krachtige rol die onze voeding speelt bij de ontwikkeling van specifieke chronische ziekten. Het vetarme/koolhydraatrijke dieet is verantwoordelijk voor veel van de belangrijkste stofwisselings- en ontstekingsziekten van onze tijd: obesitas; hart- en vaatziekten; diabetes; Alzheimer; vette leveraandoeningen; auto-immuunziekten; sommige kankers; depressie; en ADHD.

Maar de krachten die zich inzetten om de status-quo te handhaven zijn zeer groot. Dit geldt voor elk diepgeworteld paradigma met veel gevestigde belangen, in dit geval de voedingsmiddelen- en drankenindustrie, de farmaceutische industrie, invloedrijke NGO’s en vele disciplines van de academische wereld

Misleiding?

Dezelfde tactiek die wordt gebruikt om het publiek en beleidsmakers in verwarring te brengen om de vooruitgang op het gebied van roken tegen te gaan en maatregelen om de klimaatverandering tegen te houden. Maar de politieke druk neemt toe om de diepgewortelde voedingswetenschap op de proef te stellen. Na een verzoek van het Congres in 2015, bracht Amerika’s senior wetenschappelijk orgaan, de National Academies of Science, Engineering and Medicine, twee rapporten uit die scherpe kanttekeningen maakten bij de wetenschappelijke basis waarop de regering de officiële Dietary Guidelines for Americans (DGAs) stoelde. Een onderzoek in 2015 door de BMJ (voorheen British Medical Journal) ging verder en onthulde dat de DGA Commissie er niet in geslaagd was om “veel relevante wetenschappelijke literatuur te beoordelen ofwel dat in haar reviews over cruciale onderwerpen veel wetenschappelijke studies werden genegeerd . De DGA liep daarom het risico om een misleidend beeld te geven. Dit lijkt te suggereren dat de commissie achter het rapport terughoudend is om elk bewijs dat in tegenspraak is met het voedingsadvies van de laatste 35 jaar te bekijken en te overwegen “.

Wetenschappelijke consensus?

In het verslag van de EAT Lancet Commission staat dat de doelstellingen voor de macronutriënten (“voedselgroep”) van de EAT-commissie “bereikt zijn door middel van internationale wetenschappelijke consensus, gebaseerd op de meest recente wetenschappelijke inzichten, en dat deze doelstellingen tijdgebonden zijn”. De commissie gaat zelfs zover dat zij de internationale wetenschappelijke consensus achter haar dieetdoelstellingen vergelijkt met de wetenschappelijke consensus die ten grondslag ligt aan de klimaatdoelstellingen van het Intergouvernementeel Panel van de Verenigde Naties inzake klimaatverandering (IPCC).

De autoriteit, het mandaat, het proces, het tijdschema, de middelen en het lidmaatschap van de EAT-Lancet Commissie waren op geen enkele wijze vergelijkbaar met die van de IPCC. Het impliceren van vergelijkbaarheid is misleidend en onethisch. Deze valse indruk kan ertoe leiden dat consumenten en beleidsmakers handelen op basis van de overtuiging dat de aanbevelingen van EAT-Lancet gebaseerd zijn op een feitelijke consensus. Dat is het niet, althans niet met betrekking tot de voedingsdoelstellingen.

Voedingswetenschap ondergaat een periode van wetenschappelijke verlichting, vergelijkbaar met wat zich 30 jaar geleden in de klimaatwetenschap voordeed. Het oude paradigma valt weg, en het is nog niet duidelijk door wat het zal vervangen. Met andere woorden, een “wetenschappelijke consensus” over wat een gezonde voeding is, is op dit moment gewoonweg niet mogelijk.

Vooringenomenheid, transparantie en onzekere wetenschap

Geen enkele hedendaagse onderzoeker wordt sterker geassocieerd met het oorspronkelijke paradigma van voeding met een laag vetgehalte en een hoog koolhydraatgehalte dan Dr. Walter Willett, een epidemioloog van de Harvard School of Public Health. Willett werd geselecteerd als hoofdauteur van de commissie. Als dit besluit een toeval was, was het een in elk geval een uitgekiende beslissing. Willett’s selectie, en verschillende beslissingen die volgden, roepen vragen op over de vraag of EAT, de commissie, haar financiers of individuele leden gebruik maakten van “public & planetary health” als dekmantel voor een aantal andere doelstellingen die ze hadden.

Toen dit dieet in 1980 in het hele land werd geïntroduceerd, had het vetarme/koolhydraatrijke model drie pijlers: het cholesterolgehalte in de voeding beperken evenals het verzadigd vet en het totale vetgehalte. Deze pijlers waren gebaseerd op een onbewezen hypothese over de oorzaken van hartaandoeningen. Decennia nadat de voedseldietiek van Amerika was geherformuleerd om de consumptie van deze “slechte middelen” te verminderen, trok de Amerikaanse overheid die begrenzing van het totale vet- en cholesterolgehalte in nadat ze geen bewijs had gevonden om ze te ondersteunen. Strikte verzadigde vetten beperken blijft echter de officiële richtlijn in het Amerikaanse dieetbeleid, hoewel deze laatste pijler niet meer gegrond is.

Als hoofdauteur en wetenschapper op de EAT-Lancet Commissie, Willett had de verantwoordelijkheid om te onthullen dat zijn interpretaties niet langer in overeenstemming zijn met andere deskundigen op het vlak van de wetenschappelijke voedingsleer.

Miljarden dollars zijn uitgegeven aan ht verzadigd vet onderzoek, grotendeels door NIH, het genereren van tientallen jaren van gegevens van gerandomiseerde controleproeven waarbij bijna 75.000 mensen betrokken waren. Die studies tonen geen voordelen aan bij het verminderen van verzadigde vetten: er zijn dus niet minder (coronaire) hart- en vaatziekten, met inbegrip van beroertes bij mensen die hun aandeel verzadigde vetten reduceerden. Het BMJ-onderzoek van 2015 toonde aan dat de Amerikaanse Dieetcommissie dit grote onderzoek naar verzadigd vet had genegeerd of nooit heeft beoordeeld.

Bij de EAT-Lancet Commissie zijn verzadigde vetgrenswaarden een basis van het  dieetontwerp, waarbij verwezen wordt naar het beleid van de Amerikaanse regering als rechtvaardiging voor de drastische limieten die zij oplegt ten aanzien van voedingsmiddelen zoals rood vlees, eieren en zuivel in haar “gezonde referentiedieet” – het dieet voor een optimale gezondheid én voor die wijzigingen als onderdeel van de milieuoverwegingen.

Minderheid

Echter, de wetenschapper Willett is uitgegroeid tot een minderheidsstem over de gevaren van verzadigd vet inzake voedingsleer. Op een bijeenkomst in juni van ’s werelds meest vooraanstaande voedingswetenschappers in Zwitserland, waren de onderzoekers het erover eens dat de bezorgdheid over verzadigd vet en hartziekten “geschiedenis” was. De BMJ-editor riep op tot een publieke mea culpa van voedingswetenschappers. Willett was aanwezig. Hij is het misschien niet eens met zijn collega’s, maar als hoofdauteur en wetenschapper op de EAT-Lancet Commissie, had hij de verantwoordelijkheid om in het EAT-Lancet rapport te stellen dat zijn interpretaties van de wetenschap over verzadigd vet niet overeenkomen met de visie van andere deskundigen in zijn vakgebied, en om ervoor te zorgen dat de EAT-Lancet Commissie ook alternatieve standpunten vertegenwoordigde.

Willett’s lang gekoesterde opvattingen over verzadigd vet hebben hem tot een leidende stem gemaakt over de gezondheidsrisico’s van rood vlees. Was dit mogelijk een factor bij zijn benoeming tot hoofdauteur van het rapport? Bij de lancering van EAT-Lancet in Oslo vergeleek hij de gezondheidseffecten van het eten van rood vlees met het roken van sigaretten. Gezien het zwakke bewijs tegen onbewerkt rood vlees – in feite heeft het voordelen qua voedingswaarde ten opzichte van veel andere voedingsmiddelen – suggereert die vergelijking eerder een ideologie dan een  wetenschappelijke objectiviteit.

Velerlei betwiste aanbevelingen

Verzadigde vetten, vlees en zuivel culpabiliseren zijn slechts drie elementen die fel worden betwist bij de gezondheids- en voedingswetenschappers. Andere zaken omvatten de aanbevelingen van de commissie over “gezonde” verhoudingen van volkorenproducten , koolhydraten en suiker in de voeding. Hun aanbevelingen zijn in tegenspraak met recente hoogwaardige voedingsstudies over obesitas en diabetes, waaronder het werk van Willett’s collega van Harvard’s School of Public Health, David Ludwig. Gezien het feit dat 30 procent van de wereldbevolking en de meeste mensen in veel westerse landen worstelen met het metabool syndroom (verhoogde bloeddruk, hoge bloedsuikerspiegel, overtollig lichaamsvet rond de taille, en abnormale cholesterol- of triglycerideniveaus die het risico op hart- en vaatziekten, beroerte en diabetes verhogen), riskeert het herhalen van deze visie, op eenzelfde uitkomst waarbij de  fouten die 40 jaar geleden werden gemaakt nogmaals zullen worden overgedaan.

Ivoren toren-vooringenomenheid

In de volksgezondheid is er een term voor “vooringenomenheid” die leidt tot de vervorming van informatie ten dienste van wat als een rechtvaardig doel kan worden beschouwd”, de zogenaamde white hat bias. Dit is de val waar het EAT-Lancet rapport in getrapt is.

Voeding is vandaag een strijdtoneel waar een dergelijke vooringenomenheid diepgaande gevolgen kan hebben. Het zou niet de eerste keer zijn. Soortgelijke goede bedoelingen bijna een halve eeuw geleden maakte voeding per ongeluk tot de belangrijkste oorzaak van de wereldwijde voeding- en gezondheidscrisis.

De omvang van onze gezondheidscrisis is gelijk aan de verwachte klimaateffecten van de toekomst, waaronder vroegtijdige sterfte, grootschalig menselijk lijden en economische gevolgen. Bijvoorbeeld, dieet-gerelateerde chronische ziekten kosten de Amerikaanse economie bijna 3 biljoen dollar per jaar – dat is 16 procent van het Amerikaanse BBP. Ter vergelijking: in de vierde nationale klimaatevaluatie van de VS wordt de economische impact van de klimaatverandering op de Amerikaanse economie in 2100 op ongeveer 10 procent van het BBP geschat.

EAT-lancet heeft ook goede richtlijnen opgesteld naar het milieu toe!

Niets van dit alles vermindert de dringende noodzaak om de klimaatverandering te beteugelen, vooral door middel van een beleid met een koolstofbelasting en inderdaad, veel aanbevelingen over voedselproductie en afval uit het EAT-Lancet rapport.

Niet in het belang van het milieu noch de volksgezondheid

Maar de poging om een wetenschappelijk geloofwaardig dieetplan te produceren dat de voedingswetenschap afstemt op de milieudoelstellingen was gedoemd om vanaf het begin te mislukken. De wetenschap over klimaatverandering staat  in wezen vast. De wetenschap over voeding is echter volop in beweging. Voorbarig deze beide takken samen te laten gaan zal uiteindelijk geen van beide dienen.

Bron: GreenBiz

This post is also available in: nlNederlands

Geef als eerste een reactie

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.


*