Cacaoteelt, goedkope chocolade en kinderarbeid

Bijna iedereen houdt van chocolade. En toch blijft kinderarbeid een probleem in de cacaoteelt. Jarenlang heeft de chocolade-industrie beloofd er een einde aan te maken, maar uit een nieuwe studie blijkt dat het aantal kinderarbeidsplaatsen zelfs is toegenomen.

“De weg naar de hel is geplaveid met goede voornemens”, luidt een bekend spreekwoord. En er is inderdaad geen gebrek aan goede bedoelingen om kinderarbeid in de cacaoteelt uit te roeien. Maar ondanks decennia van beloften is succes nog ver weg, zoals blijkt uit een nieuwe studie van het onderzoeksinstituut NORC van de Universiteit van Chicago.

Ongeveer 1,6 miljoen kinderen in de twee grootste cacaoproducerende landen, Ivoorkust en Ghana, werken in de cacaoteelt, zo meldt de studie. Samen produceren deze twee landen ongeveer twee derde van alle cacaobonen ter wereld. Op elke tweede cacaoboerderij daar moeten kinderen van nog geen vijf jaar werken in plaats van naar school te gaan, omdat hun ouders te arm zijn om boerenknechten in dienst te nemen. Kinderen worden zelfs ingezet voor gevaarlijker werk, zoals onkruid wieden of oogsten met machetes.

Twee decennia van beloften

Grote chocoladefabrikanten als Mars en Nestlé beloven nu al zo’n 20 jaar een einde te maken aan de ergste vormen van kinderarbeid. Zij hebben zichzelf duidelijke doelen en termijnen gesteld door in 2001 het Harkin-Engel Protocol te ondertekenen. Toen de doelstellingen niet werden gehaald, werden ze herhaaldelijk uitgesteld en bijgesteld. “In 2005 werd de termijn verlengd tot 2008, en vervolgens in 2008 tot 2010,” aldus Johannes Schorling van Inkota, een netwerk voor ontwikkelingsbeleid dat in Berlijn is gevestigd. In 2010 werd een herziene doelstelling aangekondigd om kinderarbeid in 2020 met 70% te verminderen. “Ook dat is niet gebeurd, integendeel kinderarbeid is juist toegenomen in de afgelopen 10 jaar,” vertelde Schorling aan DW. Volgens de NORC studie ligt het gebruik van kinderarbeid nu op 45%, een stijging van 14 punten. Gezien de doelstelling om de kinderarbeid met 70% terug te dringen, kan een dergelijke stijging gerust een complete mislukking worden genoemd.

Te ambitieus?

Industrievertegenwoordiger Richard Scobey stelt het liever wat milder. “Kinderarbeid blijft een hardnekkig probleem – en de doelen die we ons in 2010 hadden gesteld, zijn niet volledig gerealiseerd”..

Scobey is voorzitter van de World Cocoa Foundation (WCF), een organisatie van ongeveer 100 toonaangevende bedrijven in de industrie, waaronder cacaoverwerkers als Barry Callebaut (Zwitserland), Olam International (Singapore) en Cargill (VS). Ook chocoladeproducenten zoals Nestlé (Zwitserland), Mars en Hershey (beide VS) en kleinhandelaars zoals Starbucks maken deel uit van de organisatie.

Volgens Scobey is de doelstelling niet niet gehaald niet doordat het de sector aan engagement ontbrak, maar omdat de doelstelling te ambitieus was.

“De NORC-studie erkent dat het doel niet realistisch was”, aldus Scobey. Toen het doel in 2010 werd vastgesteld, “was men zich niet bewust van de complexiteit en de omvang van de uitdaging, die sterk wordt bepaald door armoede, traditionele normen en gewoonten, zwakke plekken in de arbeidsmarkt en een slechte sociale en economische infrastructuur.

Scobey wijst er ook op dat terwijl de cacaoproductie de afgelopen tien jaar met 60% is toegenomen, de kinderarbeid minder snel is toegenomen.


Niet productief genoeg?

Maar tegenwoordig is er veel meer bekend over hoe kinderarbeid te stoppen is, zegt Scobey, dankzij academische studies zoals die van NORC (betaald door het Amerikaanse ministerie van Arbeid). De industrie financiert al tal van programma’s om het probleem aan te pakken, voegt hij eraan toe.

Dat is waar, zegt Schoring van het NGO-netwerk Inkota. “Maar gezien het feit dat de belofte om dit probleem op te lossen 19 jaar geleden werd gedaan, wordt er veel te weinig gedaan.” Een groot probleem voor de boeren is de lage prijs die cacao op de wereldmarkt opbrengt. De laatste jaren bracht een ton cacaobonen iets meer op dan 2.000 dollar (1.680 euro), slechts de helft van de prijs die in de jaren zeventig werd betaald. De boeren moeten dus productiever worden, zegt de WCF-voorzitter. “De grootste investering van de sector in de afgelopen tien jaar was gericht op het verhogen van de opbrengsten en de winstgevendheid van de boeren”, aldus Scobey, die eraan toevoegde dat duurzame landbouwmethodes werden beloond met bonusbetalingen. Maar dit alles heeft weinig bijgedragen aan het verhogen van de inkomens en het terugdringen van kinderarbeid, aldus Schorling van Inkota. “Daarom moeten we het hebben over eerlijke prijzen.”

Wat is een eerlijke prijs?

En dit is waar het ingewikkeld wordt. Marktwerking alleen lijkt er niet voor te kunnen zorgen dat boeren ook echt in hun levensonderhoud kunnen voorzien. Het duurt jaren voordat cacaobomen een goede opbrengst opleveren, dus boeren kunnen niet zomaar iets anders verbouwen als de prijzen dalen. Boeren zijn ook de zwakste schakel in de wereldwijde waardeketen. Zij ontvangen slechts een fractie van wat de klanten voor een reep chocolade betalen. Het meeste geld gaat naar de chocoladebedrijven en de detailhandelsketens, die meestal in de VS en Europa zijn gevestigd, en in toenemende mate ook in Azië.

Vorig jaar hebben Ghana en Ivoorkust wat genoemd werd “de Opec voor cacao” gesmeed. Sinds oktober van dit jaar moeten de kopers van hun cacaobonen een premie van ongeveer 400 dollar per ton betalen. De industrie, die zich eerder tegen hogere prijzen had verzet, steunt nu dit inkomensverschil. “Dit levert de cacaoboeren naar schatting 1,2 miljard dollar aan extra inkomsten op”, aldus Scobey.

“Deze twee regeringen hebben meer gedaan voor eerlijkere prijzen dan de industrie in jaren heeft gedaan,” zei Schorling.

Maar hoe de verhoging de inkomens van de boeren precies zal beïnvloeden, moet nog worden onderzocht. Vóór de invoering verdienden de cacaoboeren in Ivoorkust volgens een studie van Fairtrade, een NGO, gemiddeld slechts 0,78 dollar per dag, vergeleken met een leefbaar loon van 2,51 dollar.


Helpt een wet op de toeleveringsketen?

Nadat de cacao-industrie er herhaaldelijk niet in is geslaagd haar eigen doelstellingen om een einde te maken aan kinderarbeid te verwezenlijken, stelt zij geen concrete doelstellingen meer vast voor het terugdringen van kinderarbeid. Maar ze blijft zich richten op het verhogen van de opbrengsten.

In de komende vijf jaar willen grote bedrijven alle boeren in hun toeleveringsketen trainen om productiever te worden. De industrie wil ook programma’s uitbreiden waarbij cacaoboeren zelf toezicht houden op kinderarbeid in hun dorpen en voorlichting geven. Tegen 2025 moeten deze programma’s 100% van de toeleveringsketens in Ghana en Ivoorkust bestrijken, tegenover slechts 20% nu.

Verdere studies zullen dan moeten uitwijzen of deze doelstellingen zijn bereikt – en, nog belangrijker, of ze daadwerkelijk helpen kinderarbeid terug te dringen.

Inkota en andere NGO’s betwijfelen of vrijwillige verbintenissen van de industrie voldoende zullen zijn. Zij lobbyen ook voor een wet op de toeleveringsketen die bedrijven aansprakelijk stelt voor wat er in hun toeleveringsketen gebeurt.

Bron: DW

This post is also available in: Nederlands

Geef als eerste een reactie

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.


*