Belgische voedingsbedrijven zien hun kosten stijgen

Nu de gevolgen van de coronacrisis en de sluiting van de hotel- en toerismesector nog steeds voelbaar zijn, worden veel Belgische voedingsbedrijven geconfronteerd met een sterke stijging van de kosten. Daarom vraagt Fevia, de vereniging van de Belgische voedingsindustrie, aan ketenpartners om de nodige flexibiliteit aan de dag te leggen. “Wij verzoeken de autoriteiten ook om de huidige steunmaatregelen in dit stadium niet in te trekken.”

Levensmiddelenbedrijven hebben de laatste maanden steeds vaker te kampen met leveringsproblemen. Uit een enquête onder Fevia-leden blijkt dat meer dan de helft van de levensmiddelenbedrijven te kampen heeft met tekorten of langere levertijden. “Dit geldt met name voor ingrediënten zoals smaakstoffen, oliën, inuline of dextrose, maar ook voor verpakkingen van karton, aluminium en plastic”, aldus Fevia.

Vijfennegentig procent van de voedingsbedrijven ziet de kosten aanzienlijk stijgen, deels als gevolg van tekorten. Uit gegevens van de FAO, de Voedsel- en Landbouworganisatie van de Verenigde Naties, blijkt dat de prijzen van voedselingrediënten voor de twaalfde achtereenvolgende maand zijn gestegen.

“Vasthouden aan contracten”

Ongeveer de helft van de ondervraagde levensmiddelenbedrijven zegt dat zij deze gestegen productiekosten niet kunnen doorberekenen in hun verkoopprijzen, vooral omdat zij gebonden zijn aan jaarcontracten met supermarkten. “Uit een enquête van de Nationale Bank van België blijkt ook dat leveranciers aan voedingsbedrijven hun kostenstijgingen grotendeels zullen doorberekenen”, zegt Jan Vander Stichele, voorzitter van Fevia. “Levensmiddelenbedrijven ondervinden dit reeds in de praktijk: hun leveranciers beroepen zich op overmacht om prijsverhogingen te rechtvaardigen.

“Dit brengt onze levensmiddelenbedrijven in een lastig parket: zij moeten hun leveranciers meer betalen, maar kunnen dit nauwelijks doorberekenen aan hun klanten. In de huidige situatie geven onze bedrijven er natuurlijk de voorkeur aan geen hogere horeca-prijzen te vragen, ook al kan dit onvermijdelijk worden”, aldus Vander Stichele. “Van onze ketenpartners, met name de supermarkten, vragen wij in deze uitzonderlijke situatie de nodige aandacht en flexibiliteit ten aanzien van hun toeleveranciers in de voedingsmiddelenindustrie.”


Voorzichtig optimisme voor de toekomst

Uit de Fevia-enquête blijkt dat Belgische voedingsbedrijven eerder pessimistisch zijn over de komende maanden, maar tegelijkertijd voorzichtig optimistisch over het toekomstige economische herstel. Een kwart van de voedingsbedrijven verwacht dat hun omzet in de komende zes maanden zal dalen in vergelijking met vandaag. “Er is dus pessimisme op korte termijn, deels omdat de liquiditeit tijdelijk is aangetast door de pandemie,” zegt Fevia. Positief is dat de werkgelegenheid in de voedingsindustrie dit jaar naar verwachting stabiel zal blijven op ongeveer 96.000 banen. Bovendien geven meer dan 4 van de 5 bedrijven aan dat zij willen blijven investeren, vooral in een verhoging van de productiecapaciteit en van de productie- en energie-efficiëntie. Zo zijn de investeringen in de voedingsindustrie in het eerste kwartaal van 2021 bijna opgelopen tot 425 miljoen euro. Dat is een stijging met 7% ten opzichte van hetzelfde kwartaal in 2020. 

Jan Vander Stichele en Bart Buysse pleiten ervoor om het potentieel van de grootste industrie te vrijwaren en de levensmiddelenbedrijven niet los te laten. “Het is duidelijk dat onze ondernemers niet opgeven – als belangrijke bedrijfstak blijven wij volharden en investeren in het toekomstig herstel. Nu gaat het erom de juiste prijs te betalen voor ons eten en drinken, zodat iedereen een eerlijk inkomen kan verdienen.”

Bron: Fevia, Vilt

This post is also available in: Nederlands

Geef als eerste een reactie

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.


*